Olie en gas overzicht

In de Nederlandse ondergrond bevinden zich ruim 470 gasvelden waarvan er ca. 250 in productie zijn. Verreweg het grootste veld is het Groningen gasveld. De overige velden worden daarom aangeduid als 'kleine velden'.

Groningen gasveld

Nederland is de grootste aardgasproducent van de Europese Unie. Het Groningenveld behoort tot de 10 grootste gasvelden ter wereld. Daarnaast zitten er honderden kleine gasvelden in de Nederlandse bodem en onder het Nederlands deel van het continentaal plat (in zee).Hoewel Nederland over 48 olievelden beschikt, is de oliereserve beperkt.

Gasexploratie en -productie

Gasvoorraad
De aardgasvoorraad is de winbare hoeveelheid aardgas in aangetoonde aardgas-voorkomens in de Nederlandse ondergrond. Een groot aantal van deze voorkomens is al in productie gebracht, waardoor nog maar een deel van de oorspronkelijke hoeveelheid winbaar gas resteert. Dit nog resterende economisch winbare volume aardgas in de aangetoonde voorkomens heet de (resterende) reserve. De aangetoonde voorraad waarvan de commerciële winbaarheid momenteel nog afhankelijk is van een of meer voorwaarden heet voorwaardelijke voorraad (contingent resource)

Per 1 januari 2016 kende Nederland 477 ontdekte aardgasvoorkomens. 

Status voorkomen Onshore Offshore Totaal
1. Ontwikkeld      
a. In productie 106 147 253
b. Gas opslag 4    
2. Niet ontwikkeld      
a. Productiestart 2013-2017 12 21 33
b. Overig 32 45 77
3. Productie gestaakt      
a. Tijdelijk gestaakt 19 9 28
b. Permanent gestaakt 31 51 82
  204 273 477



De voorraadraming van de ontdekte voorkomens is gebaseerd op de door de maatschappijen in jaarrapporten (conform de Mijnbouwwet) verstrekte informatie. Door de ingebruikname van het PRMS in de rapportage, is de indeling van de voorraden in het vervolg uitgedrukt in Reserves en Voorwaardelijke Voorraden (Contingent Resources) waarvan de ontwikkeling wordt verwacht (subcategorie development pending). Dit komt in grote lijnen overeen met de indeling in ontwikkelde en niet ontwikkelde voorkomens waardoor de overgang naar de nieuwe classificatie geen trendbreuk veroorzaakt. Het adopteren van het PRMS als classificatie voor de voorraadraming zorgt voor een uniforme wijze van rapporteren waardoor de gegevens van de verschillende operators beter met elkaar zijn te vergelijken. Tot vorig jaar zijn de reserves die zich op het moment van conversie naar aardgasbuffer nog in de voorkomens Norg, Grijpskerk en Alkmaar bevonden apart vermeld. Vanaf dit jaar zijn zij opgenomen bij de reguliere reserves.


Nederlandse aardgasvoorraad per 1 januari 2016 in miljarden m3Geq

Voorkomens Reserves Voorwaardelijke voorraden Totaal
Groningen 656 7 663
Overige Onshore 83 37 120
Offshore 102 25 127
Totaal 841 69 910



Beperking tot conventionele gasvoorkomens
Op basis van het geïntroduceerde PRMS behoren de mogelijke schaliegasvoorkomens tot de klasse van prospectieve voorraden in een nog niet bewezen play. Ook dit jaar beperkt deze rapportage zich daarom tot aardgas in conventionele voorkomens. Hoewel de laatste jaren veel aandacht uitgaat naar onconventioneel gas (bijv. schalie gas en steenkoolgas-methaan) is zowel de potentieel aanwezige hoeveelheid als de technische en economische winbaarheid nog zeer onzeker. 


Productie
In deze paragraaf worden de verwachte ontwikkelingen in het aanbod van Nederlands aardgas (binnenlandse productie) in de komende 25 jaar (2016 t/m 2040) behandeld. De rapportage is voor een belangrijk deel samengesteld uit gegevens afkomstig van gasproducenten. Als peildatum voor de rapportage geldt 1 januari 2016. Alle volumina in deze paragraaf zijn gegeven in miljarden m3 Gronings aardgasequivalent. 

De prognose van de productie uit de Nederlandse gasvelden wordt ook dit jaar beperkt tot die van de kleine velden. De discussie omtrent de gaswinning en de daardoor geïnduceerde seismische activiteit boven het Groningen veld is de reden dat er nog geen lange termijn productieprognose voor het Groningen veld is vastgesteld. In april 2016 heeft NAM een geactualiseerd winningsplan voor het Groningen veld ter goedkeuring ingediend bij het ministerie van Economische Zaken. De minister heeft op 24 juni in een brief aan de tweede kamer aangegeven dat het kabinet besloten heeft om het productieniveau voor de gaswinning uit het Groningenveld in het ontwerp-instemmingsbesluit vast te stellen op 24 miljard m3 per jaar, met ruimte voor meer winning bij een winter die kouder is dan gemiddeld vanwege de leveringszekerheid. Na uiterlijk vijf jaar zal dit besluit moeten worden geactualiseerd. Omdat dit besluit nog niet definitief is, wordt hier volstaan met de weergave van het verwachte aanbod van Nederlands aardgas afkomstig uit de kleine en de nog te ontdekken velden (exploratiepotentieel) voor de komende 25 jaar (2016 t/m 2040). Naast de geraamde toekomstige productie is in onderstaand figuur tevens de gerealiseerde aardgasproductie van de kleine velden over de periode 2005 t/m 2016 weergegeven. De productie in 2015 is voor wat de kleine velden betreft op 92% van de geplande hoeveelheid uitgekomen.

 

De productieprognose voor de kleine velden is opgebouwd uit:

  • De som van de geprofileerde reserves en voorwaardelijke voorraad uit de klasse ‘development pending’ (‘in afwachting van productie’). Deze profielen zijn door de gasproducenten ingediend als onderdeel van de jaarrapportages (onder artikel 113 van het Mijnbouwbesluit).
  • De som van gesimuleerde productieprofielen van de nog te ontdekken voorkomens. Deze profielen zijn bepaald met behulp van een simulatiemodel waarin o.a. de verwachte boorinspanning (11 exploratieboringen per jaar en een rendementseis van minimaal 10% op de 'risked' investering), het verwachte winbare volume van de prospects, de verwachte productiviteit van de put en de kans op succes worden hierin meegenomen.
  • De productie van de reserves uit de gasopslag faciliteiten (het gas dat bij conversie naar de UGS van oorsprong in het reservoir aanwezig was) is niet opgenomen in de productieprognose. Het is nog allerminst zeker wanneer dat zal plaatsvinden. Momenteel wordt dit niet voor 2040 verwacht. 

 

Olie-exploratie en -productie

Per 1 januari 2016 waren er 48 aangetoonde aardolievoorkomens bekend in Nederland. Van de olievoorkomens waren er per 1 januari 12 in productie.
 

Status aardolie-voorkomen Onshore Offshore Totaal
1. Ontwikkeld      
In productie 2 10 12
2. Niet ontwikkeld      
a. Productiestart 2016-2020 0 4 4
b. Overig 10 10 20
3. Productie gestaakt      
Tijdelijk gestaakt 2 0 2
Permanent gestaakt 8 2 10
Totaal 22 26 48

Aardolievoorraad in miljoen Sm3


Olievoorraad per 1 januari 2016
De voorraadraming is gebaseerd op gegevens, verstrekt door de maatschappijen, op grond van de Mijnbouwwet. De rapportage is volgens het Petroleum Resource Management System (SPE, 2011). In onderstaand tabel worden naast de reserves (dat deel van de voorraad dat commercieel kan worden geproduceerd en als zodanig is gekwalificeerd door de operators) ook dat deel van de voorwaardelijke voorraad gerapporteerd waarvan redelijkerwijs wordt aangenomen dat zij commercieel winbaar zal zijn (‘production pending’), maar waarbij nog niet aan alle voorwaarden is voldaan om dit als commercieel te classificeren. De voorwaardelijke voorraad die een grotere onzekerheid kent wat betreft de uiteindelijke realisatie (Contingent resources on hold/unclarified of unviable) zijn niet opgenomen in de tabel. Omdat de voorraadclassificatie is gebaseerd op de projectmatige ontwikkeling van het voorkomen, kan binnen één voorkomen zowel reserves als voorwaardelijke voorraad aanwezig zijn.  

 

Gebied Reserves Voorwaardelijke voorraad Totaal
Onshore 9,0 11,5 20,5
Offshore 9,12,0 2,0 11,1
Totaal 18,0 13,5 31,6

Aardolievoorraad in miljoen Sm3 per 1 januari 2016

Productie
Onderstaand figuur (klik voor vergroting) laat de gerealiseerde olieproductie zien vanaf 2006 en de te verwachten olieproductie voor de komende vijfentwintig jaar. Deze prognose is gebaseerd op de jaarrapportages van de industrie. Ten opzichte van de prognose van vorig jaar is de productie iets achtergebleven. Dit komt ondermeer door het stilleggen van de productie in Schoonebeek als het gevolg van problemen met het afvoeren van het productiewater. De stijging van de productie in de eerstvolgende jaren komt voor een belangrijk deel voor rekening van Q13-Amstel en Schoonebeek. Daarnaast zal naar verwachting ook een aantal nieuwe velden op zee in ontwikkeling worden gebracht.