Geothermie overzicht

Onderstaand hoofdstuk is afkomstig uit het Jaarverslag 2019

1. Aardwarmte

1.1 Inleiding aardwarmte

In 2019 zijn 15 opsporingsvergunningen voor aardwarmte aangevraagd waarvan er één ook weer in 2019 is teruggetrokken. Dit maakt dat er per 1 januari 2019 24 opsporingsvergunningen in aanvraag zijn. In 2019 zijn 18 opsporingsvergunningen voor aardwarmte verleend. Er is één opsporingsvergunning voor aardwarmte gesplitst en 8 zijn beperkt in areaal. Twee opsporingsvergunningen voor aardwarmte zijn samengevoegd tot één vergunning en er zijn 11 opsporingsvergunningen voor aardwarmte verlengd. Daarnaast zijn 4 opsporingsvergunningen voor aardwarmte vervallen of is er afstand van gedaan. Vijf pre-2019 aanvragen voor een opsporingsvergunning zijn in 2019 ingetrokken. Op 1 januari 2020 zijn er in totaal 58 opsporingsvergunningen voor aardwarmte van kracht (Figuur 5.1).

In 2019 zijn 4 nieuwe aanvragen voor een winningsvergunning voor aardwarmte ingediend, waarmee er totaal 4 winningsvergunningen in aanvraag zijn. Er zijn in 2019 10 winningsvergunningen voor aardwarmte verleend. Op 1 januari 2020 zijn 22 winningsvergunningen voor aardwarmte van kracht (Figuur 5.1).
Wijzigingen met betrekking tot vergunningen voor opsporing en winning van aardwarmte gedurende 2019 staan vermeld in tabellen in Hoofdstuk 8. Onderstaande grafiek geeft het verloop van de aardwarmte vergunningen weer waarbij voor statusdatum 1 januari 2020 ook het aantal aangevraagde vergunningen in 2019 is weergegeven.
 

image-20200706095440-1

Figuur 5.1 Aantal aardwarmte vergunningen van die van kracht zijn per jaar. Voor het jaar 2019 zijn ook het aantal aangevraagde vergunningen weergegeven.

 

1.2 Aardwarmteboringen en productie-installaties per 1 januari 2020

In 2019 is één aardwarmteboring beëindigd (Tabel 5.1 en Figuur 5.2). Dit betreft de boring in de vergunning Pijnacker-Nootdorp 4. De boring is een sidetrack van de in 2018 geboorde put PNA-GT-05, die in 2018 succesvol was voltooid. Echter, in 2019 is deze boring wegens optredende complicaties alsog technisch mislukt. Vervolgens, is in 2019 de sidetrack PNA-GT-05-S1 geboord. Dit leidt tot een bijstelling van het aantal succesvol afgeronde aardwarmteboringen in 2018, van 12 naar nu 11 boringen (Figuur 5.1).

Het totaal aan aardwarmteproductiesystemen bedraagt nu 25 en is ongewijzigd ten opzichte van 2018. Eén daarvan, met de boringen van Mijnwater Energiecentrale Heerlen gerealiseerd in 2006, valt mijnwettelijk gezien deels onder aardwarmte maar is technisch gezien een warmte-koude opslag-installatie (WKO). Deze installatie wordt in het verdere overzicht niet behandeld. De overige 24 aardwarmteproductiesystemen onttrekken warmte uit de diepe ondergrond, of beogen dat te gaan doen, door warm water te produceren en afgekoeld water te injecteren. Van deze 24 doubletten zijn er in 2019 21 operationeel, in de zin dat er warmteproductie wordt gerapporteerd conform art. 111 & 119 van het mijnbouwbesluit. 
Alle operationele aardwarmteproductiesystemen beschikken (status per 01-01-2020) over een winningsvergunning aardwarmte. Eind 2019 waren alle nog niet producerende vergunninghouders in het bezit van een winningsvergunning danwel hadden ze een winningsvergunning aangevraagd.

Tabel 5.1 Aardwarmte boringen beëindigd in 2019.

  Naam boring Vergunning aardwarmte Vergunninghouder
1 PNA-GT-05-S1 Pijnacker-Nootdorp 4 Ammerlaan Geothermie B.V.

 

image-20200706095743-2

Figuur 5.2 Aantal aardwarmteboringen (exclusief sidetracks) beëindigd per kalenderjaar en het jaarlijks aantal gerealiseerde aardwarmteproductiesystemen vanaf 2007. In 2019 is één boring voltooid en dat is PNA-GT-05-S1, met voltooien van deze sidetrack is productie put van het doublet gereed. In die hoedanigheid wordt deze boring meegeteld voor 2019.

 

De warmte wordt geproduceerd uit laagpakketten van verschillende geologische eenheden op dieptes tussen de 700 en 2800 meter onder N.A.P. (Figuur 5.3 a & b). De diepte van het midden van de producerende zone in de productie put is weergegeven in Figuur 5.3 b. Het merendeel van de aardwarmte komt uit laagpakketten van de Boven-Jura en Onder-Krijt. Dit geldt voor alle installaties gesitueerd in Zuid-Holland, behalve één, die uit aquifers van Trias ouderdom produceert. De acht productie-installaties in Noord-Holland, Overijssel en Flevoland produceren uit laagpakketten van het Rotliegend. De twee installaties uit Noord Limburg produceren uit laagpakketten van het Onder-Carboon tot Devoon. In Noord-Brabant is één installatie die uit aquifers van Onder-Noordzee Groep produceert.
De geproduceerde warmte wordt bij alle installaties primair ingezet voor de verwarming van kassen in de glastuinbouw. Eén project levert ook warmte aan een nutsvoorziening en bebouwde omgeving (Figuur 5.3 c). Eén ander nog niet producerend project beoogt warmte te gaan leveren aan een warmtenetwerk in de bebouwde omgeving.

a) image-20200706095854-3

 

b)image-20200706095854-4

c) image-20200706095854-5

 

Figuur 5.3 a) Stratigrafie van het productieve interval, b) Diepte mid-reservoir en c) (beoogd) gebruik van de geproduceerde warmte.

 

1.3 Aardwarmteproductie 2019

In 2019 waren 21 van de 24 (exclusief Mijnwater Energiecentrale Heerlen) aardwarmteproductiesystemen operationeel (Tabel 5.2). De operationele systemen hebben conform de mijnbouwwet productiegegevens aangeleverd. Van de drie niet-operationele systemen is één installatie tijdelijk ingesloten. De overige twee niet-operationele aardwarmteproductiesystemen zijn in de loop van 2018 stil gelegd in lijn met vigerende afspraken en vigerend veiligheidsbeleid. Nader onderzoek naar de oorzaak van de aardbevingen die in de nabijheid van deze twee aardwarmtesystemen hebben plaatsgevonden moet uitwijzen of deze twee aardwarmteproductiesystemen in de toekomst kunnen blijven produceren binnen de gestelde veiligheidsnormen.

Tabel 5.2 Aardwarmteproductiesystemen.

  Naam productie-installatie Putten Vergunning aardwarmte Operationeel in 2019
1 Californië Geothermie CAL-GT-1,2&3 Californië IV Nee, in mei ’18 stilgelegd
2 De Lier Geothermie LIR-GT-1&2 De Lier Ja
3 Honselersdijk Geothermie HON-GT-1&2 Honselersdijk Ja
4 Installatie Berkel en Rodenrijs VDB-GT-3&4 Bleiswijk-1b Ja
5 Installatie Bleiswijk VDB-GT-1&2 Bleiswijk Ja
6 Koekoekspolder Geothermie KKP-GT-1&2 Kampen Ja
7 Mijnwater energiecentrale Heerlen HLH-G-1&2 Heerlen Ja, WKO
8 Pijnacker-Nootdorp Geothermie PNA-GT-5&6 Pijnacker-Nootdorp-4 Ja
9 Pijnacker-Nootdorp Zuid Geothermie PNA-GT-3&5 Pijnacker-Nootdorp-5 Ja
10 - HAG-GT-1&2 Den Haag Tijdelijk ingesloten
11 Heemskerk Geothermie HEK-GT-1&2 Heemskerk Ja
12 MDM-GT-02 /MDM-GT-05 MDM-GT-2&5 Middenmeer I Ja
13 MDM-GT-04 /MDM-GT-03 MDM-GT-3&4 Middenmeer II Ja
14 Vierpolders BRI-GT-1&2 Vierpolders Ja
15 Californië Lipzig Gielen CAL-GT-4&5 Californië V Nee, in aug ’18 stilgelegd
16 Poeldijk PLD-GT-1&2 Honselersdijk-2 Ja
17 Kwintsheul Geothermie KHL-GT-1&2 Kwintsheul II Ja
18 Lansingerland LSL-GT-1&2 Lansingerland Ja
19 MDM-GT-06 / MDM-GT-01 MDM-GT-6&1 Middenmeer I Ja
20 Maasland MLD-GT-1&2 Maasland Ja
21 Naaldwijk NLW-GT-1&2 Naaldwijk Ja
22 Zevenbergen ZVB-GT-1&2 Zevenbergen Ja
23 Andijk-GT-01/02 ADK-GT-1&2 Andijk Ja
24 Andijk-GT-03/04 ADK-GT-3&4 Andijk Ja
25 Luttelgeest LTG-GT-1,2&3 Luttelgeest Ja

image-20200706100103-6

Figuur 5.4 Maandelijkse productie aardwarmte of geothermische energie in Tera-Joules (TJ) in 2019 en het aantal aardwarmteproductiesystemen dat heeft bijgedragen aan de gerapporteerde productie (exclusief Mijnwater energiecentrale Heerlen).

 

Figuur 5.4 geeft inzicht in de geaggregeerde productie van geothermische energie per maand in TJ (x1012 J). In dezelfde grafiek is het aantal productie-installaties, die bijdragen aan de maandproductie, af te lezen. Niet alle installaties zijn het volledige jaar operationeel. De cumulatieve gerapporteerde jaarproductie bedraagt 5,58 PJ (1 PJ = 1015 J) (Figuur 5.5).

image-20200706100145-7

Figuur 5.5 Jaarproductie aan aardwarmte (PJ/jaar). Tot en met 2013 afkomstig uit: Hernieuwbare energie in Nederland 2013. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen, 2014. ISBN: 978-90-357-1857-9.

 

Bij de productie van aardwarmte komen beperkte hoeveelheden koolwaterstoffen mee, in alle gevallen is dit gas (zie Figuur 5.6). Het gas is opgelost in het formatiewater en komt vrij als de druk van het productiewater in de productie-installatie onder het “bubble point” zakt. Tabel 5.3 geeft een overzicht van de geproduceerde geothermische energie, meegeproduceerd gas en meegeproduceerde olie per jaar sinds 2008. Tot maart 2017 was er één installatie waar olie meegeproduceerd werd.

image-20200706100231-8

Figuur 5.6 Hoeveelheden meegeproduceerde koolwaterstoffen. Gas in 1000 Nm3.

 

Tabel 5.3 Overzicht van geproduceerde energie, meegeproduceerd gas en meegeproduceerde olie.

Jaar Geproduceerde energie (TJ) Meegeproduceerd gas (x1000 Nm3) Meegeproduceerde olie (Sm3)
2008 * 96 - -
2009 * 142 - -
2010 * 318 - -
2011 * 316 - -
2012 * 495 - -
2013 * 993 - -
2014 1.509 3.267 429
2015 2.417 4.378 186
2016 ** 2.792 7.670 130
2017 3.042 8.100 31
2018 3.714 10.676 -
2019 5.578 12.772 -

* Getal afkomstig uit: Hernieuwbare energie in Nederland 2013. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen, 2014. ISBN: 978-90-357-1857-9.

- Niet of niet volledig gerapporteerd.

** Bijstelling t.o.v. Delfstoffen en aardwarmte in Nederland, Jaarverslag 2016.